Rondleiding H.Kruiskerk Stekene

Ieder eerste weekend van de zomermaanden is de kerk open.

Zaterdag namiddag is de kerk gesloten.

Er is telkens een gids aanwezig!

De toren is zondagsnamiddags  gratis te bezoeken.

Groeps rondleidingen na afspraak.

E-post: Debrant-deridder@village.uunet.be

                           Een lang verhaal in't kort--------------------------Geboorte & dood

                           Kruisvinding ------------- -----------------------------Kruisverheffing

                           Preekstoel -------------------------------------------------------------Toren

                           Biechtstoelen ---------------------------------------------------Jaartallen

                           Fundatiesteen ------------------------------------------------------Pilaren

                           Gestoelte -------------------------------------------------Heiligenbeelden

                           Vloeren ----------------------------------------------------------Dakvouten

                           Begraafplaats -------------------------------------------Beschilderingen

                           Orgel -------------------------------------------------------------Zilverwerk

                           Hoofdaltaar ---------------------------------Onze Lieve Vrouw altaar

                           St Antonius altaar -----------------------------St - Sebastiaan altaar

                           St -Jozef altaar ---------------------------------------Omgeving buiten

                           Communiebank---------------------------------------------- Bibliografie

                           Kruisweg-----------------------------------------------------Een Schilderij

 

 

 

Een lang verhaal in 't kort

 Rond het jaar duizend was Stekene een dorp aan de rand van een wildernis of woestinne.  Waarschijnlijk met een kerkje van leem en vakwerk.  De plaats waar u nu staat is dus, naar alle waarschijnlijkheid, reeds tien eeuwen lang als centrum van religie in gebruik.

Rond de 13de eeuw kende Stekene een economische opbloei door de kleibewerking.  De klei lag hier aan de oppervlakte.  Rond 1220 bouwde men dan de basis van deze kerk met een toren die nog altijd het uitzicht van de gemeente bepaalt.

In de 16de eeuw werd de kerk vergroot met drie grote koren en twee kruisbeuken.

Kort daarna reeds had Stekene en zijn kerk zwaar te lijden van de Spaanse bezetting en oorlogen.  Het bevolkings aantal daalde tot een 700 zielen, nauwelijks 25% van voorheen.

Na twee grote branden en heel wat kleine verbouwingen, besliste men 100 jaar geleden de benedenkerk te verbouwen door te verlengen, en de koren opnieuw in te richten.

De restauratie van de laatste jaren zet de kroon op het werk.

 

TOP

 

Geboorte en dood

Volgens een christelijke traditie worden alle pasgeborenen door het doopsel opgenomen in de christelijke gemeenschap. Zij worden gereinigd met water en met het chrisma gezalfd om deel te nemen aan het grote wonder van de gemeenschap met God en binnengeleid in de gelovige traditie.

Een jaar lang kan men kennis maken met de nieuw-gedoopten: de schelpjes, waarmee hun doopwater op het hoofd gesprenkeld werd, worden in de zuiderbeuk verzameld. Hun naam staat erin geschreven zoals in de palm van Gods hand.

Aan de overzijde, in de noorderbeuk, hangen de kruisjes van de sinds Allerzielen overleden parochianen naast het missiekruis.

De zorg voor overledenen is binnen de kerk van bij het begin altijd belangrijk geweest, er wordt met een vast ceremonieel van hen afscheid genomen en gedurende lange tijd werden de mensen daarna in en rond de kerk begraven.

 

 

TOP

De Kruisvinding

De Kruisvinding was vroeger een liturgisch feest dat op 3 mei werd gevierd ter herinnering aan het terugvinden door de heilige Helena van het kruis waaraan Christus werd gekruisigd.

Helena, de moeder van Keizer Constantijn, ging in het jaar 326 op pelgrimstocht naar Jeruzalem om het kruis van Jezus te zoeken op een plaats die haar in een visioen kenbaar was gemaakt. Om het onderscheid te maken tussen het kruis van Jezus en dat van de goede en de slechte moordenaar liet zij een zwaar zieke vrouw komen die door de oplegging van n van de kruisen genas. Met het juiste kruis trok zij naar het graf van Jezus om daar een kerk te stichten : de oudste kerk van Jeruzalem, die er nog steeds staat.

Het feest van de Kruisvinding werd in 1969, op grond van de zwakke historische onderbouw, uit de liturgische kalender geschrapt.

Tot het jaar 1796 werd de grote kermis van Stekene gehouden op het feest van de Kruisvinding, 3 mei.

TOP

 

 

De Kruisverheffing

De Kruisverheffing is het liturgisch feest dat gevierd wordt op 14 september en oorspronkelijk ontstond ter herdenking van de wijding van de Heilig-Kruiskerk in Jeruzalem in 355. Bij deze gelegenheid werd het kruis dat Helena had ontdekt ‘opgeheven’ naar de vier windrichtingen. Sinds de zevende eeuw herdenkt men op die dag ook de overwinning van Herakleios op de Perzen in 628. Deze trokken rovend en plunderend doorheen het Byzantijnse rijk en hadden in Jeruzalem het waardevolle kruis geroofd. Keizer Herakleios, Oostromeins keizer, kon de rovers verslaan en kwam terug in het bezit van het Heilig Kruis.

In 630 bracht hij, na het afleggen van zijn mantel en kroon, op blote voeten het kruis op zijn rug de stad Jeruzalem binnen. Daar schonk hij het aan de Patriarch van Jeruzalem, Zacharias.

Op de derde zondag van september wordt sinds 1796 in afspraak met de omliggende gemeenten kermis gehouden in Stekene op het feest van de Kruisverheffing. Waarom toen het feest van de Kruisvinding (3 mei) niet meer werd genomen is niet duidelijk.

TOP

Preekstoel

In 1847 maakte I.J.Bouwens uit Mechelen het ontwerp voor deze preekstoel, die in 1853 geplaatst werd. Jozef Tuerlinckx zorgde voor de beelden, Jan Van Vlierberghe uit Stekene deed het schrijnwerk en de ontwerper zelf zorgde voor het marmer.

Het tafereel stelt de intocht voor in Jeruzalem van keizer Herakleios met het terugveroverde Heilig Kruis op zijn schouders. Zacharias, de patriarch van Jeruzalem volgt hem terwijl een knaap zich ontfermt over de keizerlijke attributen, kroon en kleed. Bovenop het klankbord zit de Heilige Helena die het door haar gevonden Heilig Kruis in de armen houdt.

Aan de zijwanden staan vier basrelifs in palmenhout met taferelen die vier gebeurtenissen voorstellen in verband met de Kruisvinding en de Kruisverheffing: de Kruisvinding zelf, de wonderbaarlijke genezing van een vrouw na aanraking met het kruis, de plechtige intrede van het kruis in Jeruzalem en de verschijning van het kruis aan keizer Constantijn kort vr een belangrijke veldslag die hij ook zou winnen.

Het prediken vanaf de preekstoel is sinds enkele tientallen jaren in onbruik geraakt.

Zie ook d’EUZIE, jg 1, nr 1 & 2.

TOP

De Toren

Als een tafel staat de kerktoren met zijn vier poten midden in de kerk. Hij is 42 meter hoog en draagt drie klokken van respectievelijk 1900 kg, 1200 kg en 600 kg. Het bouwen van kerktorens is in onze streken ontstaan in de vroege middeleeuwen. Mensen konden van daarboven eventuele vijandige troepen reeds vroegtijdig zien aankomen en zich dan beschutten tegen deze invallers.

De binnenmuren van de toren zijn beschilderd met vier wapens: in het oosten het schild van Paus Pius XII, in het noorden het schild van Bisschop Calewaert, in het westen dat van Stekene en in het zuiden dat van Vlaanderen. Deze schilderingen werden in het midden van de vijftiger jaren aangebracht door Clment de Trazignies toen het interieur van de kerk voor het laatst geschilderd werd.

Onder die schilden zien we de steunen van de kruisribben die bewerkt zijn tot kereltjes die de bezoekers aandachtig in de gaten houden. Deze kunstwerkjes zijn waarschijnlijk de oudste beeldhouwwerkjes die in Stekene bewaard worden.

TOP

Biechtstoelen

In onze kerk is het belangrijk om te wijzen op de grote onderlinge verschillen tussen de biechtstoelen. De oudste uit 1742, die zich in de kruisbeuk aan de kant van de markt bevindt, is een open model. Men kan elkaar goed zien, maar niet aanraken. Het model van 1793, in de kruisbeuk aan de overkant, is al meer gesloten en men kan elkaar ook niet meer zo goed zien.

De laatste modellen in de zijbeuken van de benedenkerk, uit 1903, moesten de anonimiteit van de biechteling nog meer waarborgen. Zij waren een ontwerp van architect Goethals die op het einde van de vorige eeuw de restauratie- en vergrotingswerken van de kerk superviseerde en vervingen twee biechtstoelen die in de zijkoren (van Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Antonius) waren opgesteld en als niet passend bij het vernieuwde neogotisch interieur werden afgebroken. De uiterlijke verschillen in deze stoelen zijn zowel afhankelijk van de stijl van de tijd als van de in de tijd mede veranderde opvatting omtrent de anonimiteit van de biecht.

TOP

Jaartallen

Op verschillende plaatsen in de kruisbeuken en de koren staan jaartallen geschilderd op de steunen van de kruisribben die verwijzen naar een gebeurtenis in of rond de kerk.

Hieronder een poging tot verklaring.

1200 Vermoedelijk het begin van de bouw van de kerk.

1220 Vermoedelijk het inzegenen van de kerk.

1252 Margareta van Constantinopel, de toenmalige gravin van Vlaanderen, verleent aan deze parochie het "recht van ghemicke" en deze bekomt daarmee voldoende inkomsten

1592 Hollandse troepen steken de kerk in brand.

1549 Het bijbouwen van hoofdkoor en zijkoren.

1572 De kerk wordt geplunderd tijdens de beeldenstorm.

1584 Graven van de Parmavaart en de val van Antwerpen.

1600 onbekend

      1624 Spaanse soldaten die in de kerk kamperen steken door onachtzaamheid de kerk in brand.

1645 Inval van de Hollanders: 70 huizen worden verwoest.

1778 De vaart van Stekene wordt opnieuw uitgediept.

1613 Na 20 jaar opnieuw een klok in de toren.

1897 Neogotische inrichting en vergroting van de kerk.

1902 Beschildering door Goethals van de medallons

 

TOP

Fundatiesteen van pastoor Wilssone

Dierick Wilsssone stierf hier, waarschijnlijk als pastoor, in 1407 en was vermoedelijk ook afkomstig van Stekene. Hij had hier in elk geval, dat maakt men op uit de tekst, heel wat familie.

Hij bepaalt hierbij dat hij een jaarlijkse gift doet van 11 Gentse maten rogge en 3 Parijse ponden, 4 schellingen aan de armen die behoren tot zijn familie en vrienden, en dit ten eeuwigen dage.

De Heilige-Geestmeesters zullen gedurende elk van de vijf eerste zondagen van de vasten 13 broden, gemaakt uit 2 maten rogge, delen aan 13 armen. Op Palmzondag (de vijfde zondag) komen er nog zes broden bij, te verdelen aan zes andere armen en gemaakt uit 1 maat rogge. De maandag na Palmzondag zullen er 13 witte broden gebakken worden, elk voor 12 grooten en bij elk brood zal er nog voor 12 grooten haring worden gevoegd. Op diezelfde maandag zal er een mis opgedragen worden voor de Heilige Geest en zullen de klokken geluid worden. De pastoor ontvangt daarvoor jaarlijks 6 schellingen (voor dat geld moet hij 13 kaarsen offeren), de koster 2 schellingen, de kerk 5 schellingen en de rest, 25 schellingen, dient verdeeld aan de armen.

 

Fundatiesteen van pastoor Wilssone

 

 

In nomine Trinitatis beatae Mariae virginis et omnium sanctorum Amen.

In tjaer MCCCC ende VII so gaf mester Dieric Wilssone priester ende ten dien tide prochiepape van deser prochie van der Stekenen XI ghentmaten rogts ende drie pont IIII schel. Par jaerlicx ende eeuwelic te deelene den aermen insetene van deser prochien voorseyt ende sonderlinghe zinen vriende en maghen, begheerden zys ende van noode hadden dat in deser manieren dat de helichgeestmesters vander voorseyde kercke sullen doen backen II ghematen roghen meels in XIII broeden deelende die ter presencie of tenby sine van eenighen van zinen gheslachte XIII aerme insetene alsoet voorseyt es upten eersten sondaghe lancgheduerende binnen den helighe XL daghen en tieghen palmensondach sal men doen backen I ghentmate in VI broede deelende VI aerme lieden maar tsmaendaechs daer na sullen de voorseyde helichgheestmeesters doen backen XIII wittebroede elc van XII d. par up elc broed legghende XII den. ofte I groete waert tonhaerincx deelende XIII aerme lieden also boven voorseyt es ten selven maedach sal men doen vor den heilighen Gheest een messe van requiem over alle zielen en luden een clocke over welcken dienst de prochiepape sal hebben jaerlickx VI sch. Par. Dies moet hi gheven XIII offerkeirsen mede tofferne diet ghelieve sal de coster sal hebben II sch. Par. Ende de kercke sal hebben van haer lucht wien brot en andere coste die sy daeraf mocht hebben jaerlicx V sch. par. Ende aldus toverscot of tsurplus pennincrenten bluft XXV sch. par. Te profite van den armen ten coste wart van de voorseyde brod en vort also dat eenich faute of … ware van der ghifte of ordonnancie voorseyt es bidt her Dieric zine vrienden en maghen en alle goeden lieden van der prochie dat si ghe…ldich ende behulpich willen syn om gods wille tonderhoudene te profite van den aerme de voorseyde ghifte en ordonnancie als dat dbij ons lieve heere god marie sin ghebenedide moeder en alle gods helighen ghe… mogen syn en alle zielen daer vor te biddene is vertroelt. amen.

Uit Frans Jozef Annaert, Stekene en zijne Kerk, p. 72.

 

TOP

 

Pilaren

De gotiek wordt gekenmerkt door pilaren en spitsbogen die de bouwers in staat stellen grote ruimten te overbruggen.

Aan de kleur van de pilaren in deze kerk is te zien hoe oud ze zijn. De homogeen lichtgrijze staan er nog maar sedert de vergroting van de kerk 100 jaar geleden: vier in het hoogkoor (de bestaande pilaren werden toen verhoogd) en vier aan de ingang in de benedenkerk (dit gedeelte werd in 1898 bijgebouwd).

De oude pilaren uit de 13de eeuw zijn donkergrijs en allemaal verschillend. Ze werden 100 jaar geleden van hun bepleistering ontdaan en de beschadigingen werden met metaalcement bijgewerkt wat, door verschil in kleur tussen oorspronkelijk materiaal en cement, nog duidelijk zichtbaar is.

De dikte van de trommelschijven is nergens gelijk. Bovenaan waren de pilaren versierd met krullen en bladeren, maar die waren in de loop van tijd afgekapt. Deze pilaren waren in de oude kerk bepleisterd en beschilderd. Aan de voet was rondom een zitbank in baksteen.

Aangezien er geen stoelen in de kerk waren knielde men op deze zitbank aan de pilaren, vandaar stamt dan ook de uitdrukking ‘pilarenbijter’.

TOP

Het gestoelte

Pas in 1790 verschijnen de eerste stoelen in de kerk. Eerst op privaat initiatief, de meer begoede burger die niet in het bestaande gestoelte mocht plaats nemen zette (mits betaling van een jaarlijkse bijdrage) zijn stoel in de kerk. Later kocht de kerkfabriek stoelen aan die ze vanaf 1822 per dienst verhuurde voor een cent: het zogenaamde ‘stoelekensgeld.’

Vr die tijd beschikte onze kerk alleen over zitbanken in baksteen rondom de pilaren en langsheen de zijwanden en de gestoelten voor enkele notabelen.

Het oudste meubel in de kerk is de schepenbank in de zuiderkruisbeuk. Zij dateert van 1611 en stond vroeger in het hoogkoor ter beschikking van de schepenen van de gemeente..

In de noordelijke kruisbeuk staat de bank van de kerkmeesters, zij dateert uit 1662. Naargelang de rijkdom van de gilden of broederschappen konden hun leden plaats nemen in de voorziene banken.

Toen na de boerenkrijg, in 1798, alle gilden en broederschappen werden afgeschaft, werd het gebruik van deze banken verboden.

TOP

Heiligenbeelden

In de kerk zijn verschillende losstaande beelden te zien die na de verbouwing van 1897-98 allen in het koor of in de kruisbeuken werden gebracht. De heiligen die ze voorstellen weerspiegelen de aard van de volksdevotie van de tijd waarop ze zijn aangebracht. Vele beelden werden in de loop van de jaren verwisseld voor meer ‘actuele’ heiligen.

In het hoofdkoor staat boven het altaar het beeld van Sint Andreas, de patroonheilige van de parochie.

In het Onze-Lieve-Vrouwkoor staan de beelden van Onze-Lieve-Vrouw en van Sint Jan-Bosco

In het Sint-Antoniuskoor staan de beelden van Sint Cornelius en Sint Franciscus Xaverius

In de kruisbeuken staan de beelden van de Heilige Barbara, Sint Sebastiaan, de Heilige Theresia van Lisieux, een beeld van het Heilig Hart, Onze-Lieve-Vrouw, Sint Antonius en Sint Jozef.

TOP

Vloeren

Het oudste loopvlak dat hier werd gevonden behoorde tot de eerste kerk (1000-1200). Deze ‘vloer’ bestond uit aangestampte leem en ligt 60 cm onder de huidige vloer.

In 1220 werd in de nieuwe kerk een vloer gelegd van rode gebakken vierkante tegels, waarvan nog enkele bewaard gebleven zijn. Deze vloer ligt nog steeds 50 cm onder de huidige.

Bij de grote verbouwing in 1548 werd een nieuwe vloer gelegd in rode paneersteen. Rechthoekige tegels in kruisvorm die erbij lagen alsof er pas op gelopen was (zie foto’s). Deze vloer ligt ongeveer 25 cm onder de huidige.

In 1713 werden de koren met arduin gevloerd en in 1759 werd de benedenkerk met 1500 witte arduinen en 2531 blauwe arduinen tegels belegd. Beide vloeren werden uitgebroken en verkocht.

Tot 1784 werden mensen in de kerk begraven en de vloeren herhaaldelijk opengebroken en van grafstenen voorzien. In 1897 werd de huidige vloer gelegd in blauwe arduin.

TOP

 

Dakvouten

De zolderingen of dakvouten van de kerk zijn gewelven in baksteen die rusten op de kruisribben. Wat er nu van deze vouten te zien is werd voor het grootste deel 100 jaar geleden gemetseld. Toen kwam ook, bij de veranderingswerken aan de kerk, Natus Van Daele om door een val door de pas gemetste vout in het middenschip boven de kerkingang

In de oorspronkelijke kerk waren er geen vouten en was het gebinte van het dak zichtbaar. Dit geleek op de binnenkant van een schip waardoor men nu nog spreekt over het schip van de kerk.

Dat was echter niet altijd water- en stofdicht, zodat ook binnen de kerk gebruik gemaakt werd van n of meer baldakijnen tijdens grote plechtigheden.

De koren waren van bij de aanvang in 1548 voorzien van dakvouten. In 1726 werden ze hersteld omdat ze in zeer slechte staat waren en werden ook in het schip vouten geplaatst.

De toren was van bij de aanvang voorzien van verdiepingen.

TOP

 

De kerk als begraafplaats

Op 26 juni 1784 verbood Keizer Jozef II nog verder iemand in de kerk te begraven. De laatste parochiaan die hier begraven werd was Ignaas Van Goethem op 21 juni 1784.

Tijdens de voorchristelijke periode rustte op de dood een zwaar taboe met strenge gedragsregels. Begraafplaatsen werden strikt gescheiden van de woonplaatsen.

Tijdens de kerstening kreeg de dode een centrale plaats in de gemeente en werd hij in de kerk begraven maar, door de toenemende bevolking kwam er vrij vlug plaatsgebrek.

Het begraven werd uitgebreid naar de gronden rondom de kerk (vandaar ‘kerkhof’)en wie dan nog in de kerk wilde begraven worden moest daarvoor betalen.

Het begraven liet altijd een geur achter in de kerk en aangezien alleen rijke mensen zich nog in de kerk lieten begraven sprak men van ’stinkend rijk’.

In onze kerk werden, naar schatting, jaarlijks 10 mensen begraven, wat een aantal betekent van 1000 per eeuw, en maar liefst 5.000 over een periode van 500 jaar !

TOP

Beschilderingen

Er zijn talrijke aanwijzingen dat onze kerk van bij de aanvang beschilderd is geweest. Dit gebeurde volgens de middeleeuwse tradities met vele en hevige kleuren. Daarvan is nu jammer genoeg niets meer terug te vinden. Honderd jaar geleden werden bij het afkappen van het bezetwerk op de pilaren restanten gevonden van beschildering zonder duidelijk picturaal gegeven.

De beschilderingen die nu te zien zijn werden in 1952 uitgevoerd door Clment de Trazegnies uit Stekene, en getuigen van doorgedreven vakkennis.

Vooral de vier medaillons in het kruiskoor zijn waardevolle kunstwerken in onze kerk (Goethals 1902). Het gaat om de voorstellingen van Sint-Sebastiaan aan de strafpaal, de kroning van Onze-Lieve-Vrouw, Sint-Antonius en het huwelijk van Maria en Jozef.

Het was de bedoeling om het interieur van deze kerk opnieuw te laten schilderen, met herstelling van de oude kunstwerken. Dit is dan het sluitstuk van de restauratiewerken van onze kerk.

TOP

Het Orgel

Een orgel in de kerk is in de huidige tijd heel vanzelfsprekend, maar was dat vroeger toch niet.

Het orgel heeft een lange voorgeschiedenis, waarbij het als instrument voortdurend gedwongen werd om te verbeteren in zijn concurrentiestrijd met koren en orkesten.

Het orgel kreeg verder ook nog af te rekenen met puriteinen die de wereldlijke klanken die eruit opklonken niet konden waarderen. Zo werden tijdens de beeldenstorm de orgels door de protestanten systematisch vernield, ook dat van Stekene.

Het huidige romantische orgel is reeds het vierde in deze kerk. Het werd gemaakt door Schyven uit Elsene en geplaatst in 1909 en telt 1450 pijpen. De kathedraal van Antwerpen heeft ook een Schyven-orgel, maar dan met 5000 pijpen.

De laatste restauratie gebeurde in 1994 en werd uitgevoerd door Etienne De Munck uit St-Niklaas. Het blijkt de orgelisten echter nog geen voldoening te geven en wordt jammer genoeg weinig bespeeld.

TOP

 

Zilverwerk

De parochie beschikt over enkele mooie stukken zilverwerk die al geruime tijd in haar bezit zijn.

In 1798 had de boerenkrijg plaats en eiste de Franse bezetting een zware tol. De toenmalige pastoor, Lodewijk Pieter Vital Van den Berghe, kreeg toen de opdracht van het gemeentebestuur om een deel van het zilver te laten smelten.

Aan de schepenen van Stekene gaf hij zijn erewoord dat het zilver gesmolten was in Gent. Hij kwam zelfs met de rekeningen van zilversmid Stielemans uit Antwerpen, die een certicaat afleverde dat hij daar 15 pond zilver had laten smelten.

Dat het hier om valse rekeningen ging, is nu wel duidelijk, want het zilver staat hier, gelukkig maar, na tweehonderd jaar te schitteren op de kerkfeesten.

Pastoor Van den Berghe heeft dus, ongetwijfeld met medeweten van enkele parochianen, de kans gezien om deze unieke stukken te behoeden voor de ondergang.

TOP

Een biechtstoel uit 1742

In het zuiderkruiskoor staat een bijzonder fraaie biechtstoel geschonken door pastoor Norbert Ligiers die zijn monogram, N L , in sierlijke letters, in normaal en spiegelschrift verstrengeld, in het schildje bovenaan liet aanbrengen.

Het geheel werd in eikenhout gesneden door Adriaan Nijs uit Temse in een stijl die men Scheldebarok noemt.

Deze beelden stellen zondaars voor. Het gaat om de goede moordenaar, Sint-Pieter met de sleutels en de haan, Maria Magdalena met de schedel en de verloren zoon met het varken.

Ook deze biechtstoel was bijna verdwenen. Toen het kerkbestuur in 1792 besliste om nieuwe biechtstoelen te laten maken moest ook deze van Adriaan Nijs verdwijnen. De onderpastoor wilde echter niet van zijn biechtstoel scheiden omdat die "zat als gegoten". (zie hierover de resoluties van onze gemeente.)

De pastoor kreeg in 1793 wel een nieuwe biechtstoel in empirestijl, die nu nog in het noorderkruiskoor staat.

TOP

Het hoofdaltaar

Dit neogotisch altaar uit 1898, toegewijd aan het Heilig Kruis, werd uitgevoerd volgens het plan van Jules Goethals uit Aalst, de architect van de restauratie- en vergrotingswerken van de kerk in 1898.

De stenen tafel met Jezusmonogram, graflegging en passie-nagels, werd uitgevoerd door Robert Van Caelenberg, ook uit Aalst.

Het koperen tabernakel, met fijn drijfwerk in verguld koper en half-edelgesteente, waarop de vier evangelisten staan gesymboliseerd samen met het Lam Gods en de pelikaan van het Heilig Bloed, is van de hand van Lambrecht Van Rijswijk uit Antwerpen.

Het retabel met de geschiedenis van het H. Kruis en de beschilderde luiken werden gemaakt door Remigius Goethals uit Gent. Op die luiken staan aan de binnenzijde, die slechts op de grote feestdagen te zien is, de H. Barbara, O.L.Vrouw van zeven smarten, de H. Jozef en de H. Coleta, patrones van de schenkster van het tabernakel, Coleta Van Daele, weduwe Baert.

Normaal is het paneel geloten en zijn enkel de op de buitenzijde geschilderde engelen te zien.

Het altaar is bekroond met het beeld van de H.Andreas, kruisheilige, sinds 100 jaar beschermheilige van de parochie.

Het altaar werd geschonken door Victorine Thuysbaert ter nagedachtenis van haar ouders (haar vader was Benignus Thuysbaert, burgemeester van 1846 tot 1867).

TOP

 

Het altaar van Onze-Lieve-Vrouw

In kerken waarin het hoofdaltaar niet aan Onze-Lieve-Vrouw is toegewijd, zoals bij ons, staat het Onze-Lieve-Vrouw-altaar altijd links van het hoofdaltaar

Dit altaar is in neogotische stijl uitgevoerd door Robert Van Caelenbergh uit Aalst naar het plan van Jules Goethals uit dezelfde stad.

Het is gemaakt uit gepolychromeerde eik en is, volgens een inscriptie aan de zijkant, een geschenk van Juffrouw Felicitas De Wree uit 1898.

Het retabel stelt de hemelvaart voor van Onze-Lieve-Vrouw en de overhandiging van de rozenkrans aan de H. Dominicus en refereert naar het Broederschap van de Heilige Rozenkrans in onze kerk sedert 1625.

Naast het altaar bevinden zich de beelden van de Heilige Dominicus en de Heilige Theresa van Avila.

Aan de zijwand van dit koor staan de beelden van Sint Jan-Bosco en Onze-Lieve-Vrouw-van-zeven-ween.

TOP

Het altaar van Sint-Antonius

Antonius van Padua is steeds een zeer geliefde heilige geweest en werd vooral aanroepen om iets dierbaar terug te vinden. Er was een tijd dat Sint Antonius in ieder huis, steeds klaar voor het werk, op de schouw was terug te vinden.

Het altaar dat aan hem is gewijd werd uitgevoerd door Robert Van Caelenbergh uit Aalst volgens het plan van Julius Goethals uit dezelfde stad en werd hier bij de verbouwingswerken van honderd jaar geleden opgericht. Het monogram van de heilige staat onderaan de tafel.

Het retabel stelt twee gebeurtenissen voor die het leven van deze heilige bijzonder gemarkeerd hebben: Het eerste tafereel stelt Antonius voor die in Lissabon het lijk van een vermoorde jongeman laat getuigen ten gunste van zijn vader die valselijk beschuldigd was van die moord. Na zijn getuigenis was hij terug lijk. Het tweede stelt de ezel voor die gaat knielen bij het Heilig Sacrament, liever dan de zak met haver aan te spreken en zodoende zijn ketterse meester overtuigt van de aanwezigheid van Christus in dit Heilig Sacrament.

TOP

Het altaar van Sint-Sebastiaan

Het altaar van Sint-Sebastiaan, patroon van de schuttersgilde, werd geschonken door de juffrouwen Henrica en Julia Vydt en hun familie.

De familie Vydt leverde reeds lang de hoofdmannen van de schuttersgilde Sint-Sebastiaan en bekostigde het altaar dat, zoals alle andere altaren in deze kerk, ontworpen werd door Jules Goethals.

Het verving een ouder Sint-Sebastiaansaltaar dat in 1900 verkocht werd en waarvan het houten beeldje van Sebastiaan vermoedelijk bewaard wordt in het Museum Sterckshof in Deurne.

Twee retabels stellen episodes voor uit het leven van de heilige.

Als kapitein in het leger van keizer Diocletianus spreekt hij in een eerste tafereel de christenen, zijn geloofsgenoten, moed in voor ze worden gemarteld.

In het tweede tafereel wordt hij door de heilige Irene verzorgd na zijn terechtstelling (hij werd met pijlen doorzeefd, maar overleefde dank zij deze goede zorgen). Wat later zal de keizer hem laten doodknuppelen.

TOP

Sint-Jozefsaltaar

Het altaar ter ere van de Heilige Jozef werd ontworpen door Jules Goethals en als laatste van de neogotische altaren in de vernieuwde kerk van 1898 in gebruik genomen in 1902.

Het werd, evenals de andere altaren van deze kerk vervaardigd door beeldhouwer Robert Van Caelenbergh in eikenhout dat daarna gepolychromeerd werd door Remigius Goethals. Deze drie waren blijkbaar goed op elkaar ingespeeld en werkten nog samen aan verschillende andere opdrachten in ons land.

Jules (of Julius zoals hij zichzelf noemde) Goethals was betrokken bij de bouw, vernieuwing of vergroting van een vijftigtal kerken in ons land, waarvan het merendeel in Vlaanderen. Hij was onder meer de architect die de toren met het Mariabeeld ontwierp voor de Onze-Lieve-Vrouwkerk in Sint-Niklaas.

De retabels die het altaar sieren geven een voorstelling van de vlucht naar Egypte en van Jezus die als kind onderricht geeft in de tempel.

Top

 

De kerk aan de buitenzijde

Aan de achterzijde van de kerk bevinden zich twee terracotta-platen die deel uitmaakten van een 18-delige kruisweg die doorheen de Dorpsstraat slingerde over een afstand van 5791 passen. Deze kruisweg was opgericht door pastoor Norbert Ligiers in 1717.

In 1798 werd de kruisweg door de Fransen vernield en en of andere goede ziel heeft enkele scherven verstopt om ze later terug in de muur van de kerk te plaatsen.

Twee metserstekens werden in de buitenmuur van de koren verwerkt tijdens de bouw in 1548. Langsheen de markt bemerkt men een X met twee cirkels. X staat voor LUX, want een X bevat alle letters van LUX, wat ‘licht’ betekent, terwijl de cirkels verwijzen naar de zon en de maan.

Aan de noordkant staat een kruis met een cirkel en een driehoek. De cirkel is zowel het licht van Jezus als het alziend oog van de drievuldigheid. Het is te vergelijken met de afbeelding van het bekende ‘God ziet mij, hier vloekt men niet.

Top

De communiebank

De communiebank (1734-1743) is van de hand van Adriaan Nijs uit Temse; het schrijnwerk gebeurde door Augustijn van Caster, eveneens uit Temse, met het loofwerk en de medaillons volledig in eikenhout.

De afbeeldingen werden geschikt zodat ze overeenstemden met de toen bestaande altaren.

  1.  
  2. Maria met het kind
  1. O.L.Vrouw van Zeven Ween
  2. Maria Middelares
  3. De Kruisvinding
  4. Het Lam Gods
  5. De kruisdraging naar de calvarieberg
  6. De geboorte van Christus
  7. De besnijdenis
  8. De aanbidding der koningen
  9. Zes engelen of putti’s.

Het bovenblad, dat een gedrapeerde bedekking voorstelde die door twee engelen gedragen werd, is verdwenen.

De kerk in d’EUZIE

Bijdragen over de Heilig-Kruiskerk verschenen in d’EUZIE:

 

Jackie Thiron, Schets van de preekstoel, jg.1, nr.2 & 3, 1982.

Jackie Thiron, De Suisse, jg.2, nr 4,1983.

John Buyse, Foto’s anno 1897, jg.3, nr.4, 1984.

Ivo Dewulf, De restauratie aan de H.Kruiskerk, jg.4, nr.4, 1985.

Ivo Dewulf, De H.Kruiskerk, dakrestauratie, jg.5, nr.4, 1986.

Herman Heyse, De zonnewijzer, jg.6, nr.1, 1987.

Kunstschatten van de H.Kruiskerk, Buitengewone Uitgave 1987

Herman Heyse,t Gulde van de Hoogen Naem Jesu, jg.8, nr.3&4, 1989.

Luc De Brant, Wanneer moeten de klokken luiden? jg.8, nr.3&4, 1989

Jackie Thiron en Herman Heyse, De H.Kruiskerk en zijn omgeving, jg.9, nr.2, 1990.

Luc De Brant, Twee terracotta platen, Liber Amicorum H.Heyse, 1992

Stany De Rechter, Een Sint-Sebastiaanbeeld, Liber Amicorum H. Heyse, 1992

Luc De Brant, Verslag archeologish onderzoek, jg.12, nr.1, 1993.

Ivo Dewulf, Schilderijen uit de H.Kruiskerk, jg.12, nr.1, 1993.

Luc De Brant, Het orgel in Stekene en Kemzeke, jg.13, nr.3, 1994.

Luc De Brant, De Kerkhaan, jg.14, nr.4, 1995.

Ivo Dewulf, Restauratiewerken, jg.15, nr1, 1996.

Yolande Reulens, Mons. Triest te Stekene, jg 17, nr 1 & 2 1999.

Bart De Bruyne, De bouw van een zijbeuk in 1886. jg 17, nr 1&2 1999.

John Buyse, Beeld van de Heilige Ambrosius. Jg 17 nr 1&2 1999.

John Buyse, Pastoor Van Den Berghe op gedenkstenen. Jg 17 nr 1&2 1999.

Guy De Brant, Broederschappen in de H.Kruiskerk, jg 17, nr 1&2 1999.

Luc Tirez, Een groeiende parochie, jg 17, nr 1&2 1999.

Luc Tirez, Honderd jaar geleden, jg 17 nr 1&2 1999.

John Buyse, De bibliotheek van Pastoor Annaert, jg 17, 1&2 1999.

Ivo De Wulf, Pastoors begraven in Stekene, jg 17, 1&2 1999.

Eddy Van Goethem, De Kruisweg, jg 17, 1&2 1999.

Luc De Brant, Tekens in en rond het kerkgebouw, jg 17, 1&2 1999.

Luc Dullaert, Pastoors en onderpastoors, jg 17, 1&2 1999.

Wim Persoon, Rond het altaar van Sint Jozef, jg 17, 1&2 1999.

Ivo De Wulf, De huidige restauratie van de kerk, jg 17, 1&2 1999.

Luc Tirez, Liber memorialis, jg 18, nr 2 , 1999.

Luc Tirez, Liber memorialis, jg 18, nr 3 , 1999.

 

Heel wat nummers zijn nog verkrijgbaar.

Alle nummers zijn hier verkrijgbaar.

 

Inhoud